Élise werd ijskoud. Haar wangen brandden.
Maar Marianne was nog niet klaar.
— “We willen geen… ongemakkelijke indruk maken op onze gasten. Zakenpartners komen hier elke week, en het zou beter zijn als u een datum kiest om terug te keren naar… uw dorp.”
Ze sprak “uw dorp” alsof het een ziekte was.
Élise’s stem brak.
— “Maar… Luc heeft me zelf uitgenodigd…”
Marianne grinnikte zachtjes.
— “Omdat hij zich schuldig voelt. Zoals altijd. Luc is zwak als het om familie gaat. Hij zegt ja tegen alles wat zielig lijkt.”
Ze boog zich naar Élise, fluisterend:
— “U behandelt hem alsof hij tien jaar oud is. Maar hij is nu een man. Mijn man. En ik laat niet toe dat iemand — zelfs zijn moeder — zijn imago vernietigt.”
Imago.
Het woord sneed dieper dan elk ander.
Élise slikte, zodat haar hart niet uit haar keel zou springen.
Toen hoorde ze voetstappen achter zich.
Luc.
— “Alles goed hier?” vroeg hij, nog buiten adem van zijn vergadering.
Marianne draaide zich bliksemsnel om, opnieuw dat perfecte gemaakte lachje………….