Julien fronste toen ik begon te lachen.
Het was geen vrolijke lach.
Het was zacht… bijna kalm.
Alsof er plots iets heel duidelijk was geworden.
— Wat is er zo grappig? vroeg hij geïrriteerd.
Ik keek hem aan.
Voor het eerst sinds ik wakker was geworden voelde ik geen paniek meer.
Alleen een vreemde rust.
— Julien… zei ik langzaam.
— Heb je echt gedacht dat ik al mijn geld op één rekening zou bewaren?
Zijn glimlach verdween een beetje.
— Wat bedoel je?
Ik haalde diep adem. Mijn lichaam deed nog pijn, maar mijn hoofd werkte weer helder.
— Die rekening was een noodrekening.
Hij kneep zijn ogen samen.
— Onzin.
— Nee, zei ik rustig.
Ik draaide mijn telefoon naar hem toe zodat hij het scherm kon zien.
— Daar stond nooit meer dan een klein deel van mijn spaargeld op.
Zijn gezicht werd plots gespannen.
— Waar is de rest dan?
Ik glimlachte flauw.
— In een trustfonds dat mijn vader jaren geleden heeft opgezet.
Hij zei niets.
Maar ik zag hoe zijn ogen begonnen te bewegen.
Rekenen.
Twijfelen.
— En raad eens, vervolgde ik.
— Dat fonds heeft een heel interessante beveiliging.
Hij lachte nerveus.
— Je probeert me bang te maken.
— Nee.
Ik tikte op mijn telefoon en opende een andere app.
— Ik leg het alleen uit.
Op het scherm verscheen een melding.
Ongebruikelijke toegang gedetecteerd.
Daaronder stond………………