Toen de verpleegkundige voorzichtig de baby’s uit de kruiwagen tilde, gaf Lily’s kleine lichaam het eindelijk op.
Ze zakte op haar knieën en fluisterde:
“Alsjeblieft… help hen. Laat hen niet ook inslapen.”
Terwijl het medisch team zich haastte om de baby’s te stabiliseren, hing er één grote vraag in de lucht—
Waar was de moeder? En was ze na drie dagen nog in leven?
—
Helen legde een hand op Lily’s schouder.
“Kom maar, lieverd. Je bent veilig nu.”
Maar het woord veilig leek iets diepers in Lily los te maken.
Met grote ogen keek ze op.
“Mevrouw… gaat mama weer wakker worden?”
Helen hurkte neer zodat hun ogen op dezelfde hoogte waren.
“We gaan haar zoeken, goed? Jij vertelt ons waar ze is, en dan sturen we meteen een ambulance.”
Lily knikte langzaam.
—
Enkele minuten later kwam de hoofdarts, Dr. Harris, erbij zitten.
Hij sprak met een rustige, warme stem:
“Lily, je bent heel dapper. Kun je me vertellen waar je woont? Dan sturen we iemand naar je mama………..