De woorden van de inspecteur bleven in mijn hoofd rondspoken. Iemand anders was betrokken, maar wie? En waarom hadden ze Daniel en Emily meegenomen? Wat was er werkelijk gebeurd die nacht? Mijn hart klopte in mijn keel terwijl ik de politiegegevens probeerde te begrijpen, maar er was zoveel dat ik niet begreep.
De uren verstreken, maar het voelde alsof ik in een vervormde realiteit leefde, waar alles vervaagde en de antwoorden onbereikbaar leken. Mijn gedachten waren een warboel van chaos, van angst en wanhoop. Wat als de waarheid te verschrikkelijk was om te begrijpen? Wat als ik nooit de antwoorden zou krijgen die ik zo wanhopig zocht?
Toen de deurbel ineens ging, schrok ik op. Mijn adem stokte in mijn keel toen ik naar de deur liep. Wie zou nu nog komen? Zou het de inspecteur zijn? Of had iemand anders nieuws over Daniel en Emily? Mijn hart bonkte in mijn borst toen ik de deur opende.
Voor me stond een vrouw die ik nog nooit eerder had gezien. Ze was lang, met donkere ogen die me direct aankeken. Haar gezicht was ernstig, en er lag een bepaalde vastberadenheid in haar blik. Ze was gekleed in een donkere jas, en iets in haar houding maakte me nerveus.
— Mevrouw Carter? vroeg ze met een rustige stem, maar haar ogen waren scherp. Mag ik een moment van uw tijd?
Ik knikte, onzeker, en stapte opzij zodat ze naar binnen kon komen. De deur viel zachtjes achter haar dicht.
— Wat is het? vroeg ik, mijn stem laag, maar vol spanning. Ik voelde dat ze iets wist, iets belangrijks.
Ze keek me even aan, alsof ze mijn gemoedstoestand probeerde in te schatten. Daarna sprak ze met een stem die het gewicht van haar woorden droeg………….