Histoire 19 2056 30

Ik bleef enkele seconden roerloos staan in de deuropening van het berghok.

Het was leeg.

Geen Mariana.

Geen geluid.

Alleen de koude betonnen vloer en de bezem die tegen de muur leunde.

Mijn hart begon wild te bonzen.

“Mariana?” riep ik.

Geen antwoord.

Ik keek rond alsof ze zich ergens kon verstoppen in die kleine ruimte. Onmogelijk. Er was geen raam. Alleen een kleine ventilatieopening hoog bovenaan.

Mijn keel werd droog.

Ik rende naar de slaapkamer. Het bed waar ze normaal sliep, was leeg. De kastdeur stond open.

Haar kleren… weg.

De lade waar ze haar papieren bewaarde… leeg.

Ik voelde hoe mijn maag samenkneep.

Ik rende naar de wieg.

Onze zoon lag er niet in.

Op dat moment sloeg de echte paniek toe.

Ik stormde de keuken in. Mijn moeder zat aan tafel alsof er niets aan de hand was.

“Waar is Mariana?” vroeg ik.

Ze haalde haar schouders op. “Misschien is ze eindelijk tot bezinning gekomen.”

“De baby is ook weg.”

Voor het eerst veranderde haar gezicht.

“Wat bedoel je, weg?”

“Ze zijn er niet!” schreeuwde ik.

Mijn handen begonnen te trillen. Ik pakte mijn telefoon en belde Mariana.

Uitgeschakeld.

Ik keek naar de voordeur. De ketting hing los. Ze moest in de nacht vertrokken zijn.

Maar hoe?

Ik rende terug naar het berghok. Toen zag ik het.

De ventilatieopening was losgeschroefd.

Er lag een kleine schroevendraaier op de grond — een van mijn gereedschappen.

Ze had zich door die opening gewrongen.

Met ons kind.

Mijn knieën werden slap.

Ze had urenlang in dat koude hok gezeten. Zonder matras. Zonder deken. Alleen met haar gedachten.

En in plaats van te breken… had ze een plan gemaakt.

Mijn moeder stond achter me.

“Ze zal wel terugkomen,” zei ze scherp. “Waar moet ze anders heen?”

Maar voor het eerst voelde ik geen zekerheid meer.

Ik opende mijn berichten.

Eén nieuw bericht.

Van een onbekend nummer.

“Zoek me niet.”

Mijn adem stokte.

Nog een bericht.

“Je hebt me opgesloten als een dier. Dat doe je niet met iemand van wie je zegt dat je houdt.”

Mijn handen begonnen te zweten.

“Mariana, alsjeblieft,” typte ik. “Waar ben je? Is de baby oké?”

Er kwam een lange stilte.

Toen verscheen er een foto.

Onze zoon. In een bus. Slapend tegen haar borst.

Daaronder stond……………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire