Het werd stil in de kamer. De vrolijke sfeer die we met moeite hadden opgebouwd, zakte plots als een koude mist naar beneden. Iedereen keek naar James, die met open armen in de deuropening stond alsof hij een held was die net een triomfantelijke intocht maakte.
Maar niemand applaudisseerde.
Zijn rooddoorlopen ogen gleden over de tafel vol halflege borden, de restjes taart, mensen die hem vol ongeloof aankeken. Het duurde een paar tellen voordat hij besefte dat hij niet werd begroet met gelach of gejuich, maar met ongemakkelijke stilte.
Caroline was de eerste die sprak. Ze stond op, haar gezicht strak.
„James… je had hier moeten zijn vanaf het begin.”
James knipperde, duidelijk verrast door de toon van zijn zus. „Rustig, ik ben toch gekomen? Ik ben hier nu toch?” Hij lachte onzeker en keek naar mij, alsof ik hem te hulp moest schieten.
Maar ik zei niets. Ik stond met mijn handen om een dienblad geklemd en voelde een vreemde rust over me heen komen. Geen woede, geen verdriet. Alleen helderheid.
Een van zijn collega’s kuchte zachtjes en stond op. „Ehm, James… we hebben net een prachtige avond gehad. Je vrouw heeft iets ongelooflijks voor je georganiseerd.”
„Ja, nou, ik waardeer het,” zei James haastig. Hij zette het bierflesje dat hij had meegenomen op tafel en klopte op de rugleuning van een stoel. „Maar de wedstrijd—”
„De wedstrijd was blijkbaar belangrijker dan je vrouw en je vrienden,” zei Caroline scherp. Haar stem sneed door de kamer als een mes, maar zonder agressie. Het was gewoon puur feit.
James fronste, keek naar haar en toen naar mij. „Wat is dit? Waarom kijkt iedereen zo? Het is toch niet zo erg? Kom op, mensen.”
Maar niemand lachte met hem mee.
Hij begon onrustig heen en weer te wiebelen, alsof de vloer onder zijn voeten zacht was geworden. „Schat,” zei hij met dat verontschuldigend lachje dat hij altijd gebruikte als hij zich uit een situatie wilde praten. „Je weet dat ik van dat soort wedstrijden hou. Ik dacht gewoon dat je het wel begreep.”
Ik bleef kalm. „Ik begreep het, James. Ik begrijp het al jaren.”
Hij leek de ondertoon niet te horen. „Nou dan! Zie je wel? Probleem opgelost. Waar is mijn taart? Is er nog wat over?”
Caroline sloeg haar armen over elkaar. „James, dit gaat niet om de taart…………..