Harder.
Bozer.
Maar deze keer…
klonk het ver weg.
Ik pakte mijn koffie, die inmiddels koud was geworden, en zette nieuwe.
De muziek stond nog zachtjes op.
De zon kwam langzaam op en vulde de kamer met licht.
Achter die deur…
bleven ze roepen.
Blijven eisen.
Blijven doen wat ze altijd deden.
Maar voor het eerst…
had het geen macht meer over mij.
En uiteindelijk—
werd het stil.
Echt stil.
Geen stemmen meer.
Geen gebons.
Alleen rust.
Ik liep naar het raam, nam een slok van mijn koffie en keek naar buiten.
En daar, in die stilte…
besefte ik iets wat ik jaren niet had gevoeld:
Vrijheid.
Niet omdat zij weg waren.
Maar omdat ik eindelijk had besloten…
dat ze nooit meer terug zouden komen.