—
“Hij schreeuwde tegen mama,” fluisterde ze.
“En zei dat als ze praatte… ze haar werk kwijt was.”
—
De woorden hingen zwaar in de lucht.
—
Niemand lachte meer.
—
Niemand keek weg.
—
Victor stond langzaam op.
—
“Waar is Carolina?” vroeg hij.
—
De manager aarzelde.
—
Fout.
—
“Boven,” zei hij uiteindelijk.
“Verdieping twaalf.”
—
Victor keek naar zijn mensen.
—
“Ga haar halen.”
—
Twee van hen liepen direct naar de lift.
—
Zonder haast.
—
Maar zonder twijfel.
—
De minuten daarna voelden lang.
—
Te lang.
—
De manager probeerde nog iets te zeggen.
—
Zichzelf te redden.
—
Maar niemand luisterde meer.
—
Want iets was veranderd.
—
De macht in de kamer
was verschoven.
—
De lift ging open.
—
En daar was ze.
—
Carolina.
—
Bleek.
—
Zwak.
—
Maar rechtop.
—
Een schoonmaakkar nog achter haar.
—
Alsof ze zelfs nu nog probeerde door te werken.
—
“Ximena?” zei ze verbaasd.
—
Het meisje rende naar haar toe.
—
“Sorry mama… ik was bang…”
—
Carolina knielde neer
en sloot haar in haar armen……………….