Mijn aanwezigheid had het verstikt.
“Don Guillermo,” zei Inés zacht, “u bent… vroeger terug dan verwacht.”
Haar stem trilde. En ik — verblind door vermoeidheid, stress, en een jaloezie die ik nog niet wilde erkennen — voelde iets donkers in mij omhoog kruipen.
Wat deed zij hier?
Waarom klonken mijn dochters als engeltjes voor háár… en als schimmen voor mij?
Waarom hadden zij haar iets gegeven wat ze mij hadden afgenomen?
Mijn hart bonsde. Mijn gedachten tolden.
En toen maakte ik de grootste fout van mijn leven.
“Ga weg,” snauwde ik. “Nu. Meteen.”
Inés verstijfde alsof ik haar had geslagen.
“Don Guillermo… ik… als ik iets verkeerd—”
“UIT MIJN HUIS!”
Mijn stem galmde door de keuken. Marta kwam aangesneld, maar ik duwde haar hand weg.
Inés slikte, knikte langzaam, en keek nog één keer naar de meisjes.
“Meisjes,” fluisterde ze, “ik kom terug, oké? Ik beloof het.”
Maar María schudde heftig haar hoofd, tranen in haar ogen.
Elena greep de rand van het aanrecht, alsof ze zou vallen als ze losliet.
Sofía strekte haar hand uit naar Inés, maar geen woord kwam over haar lippen……….