Hij zei geen meer. De stilte tussen ons was geladen. Ik voelde dat ik meer wilde weten, dat ik alles wilde begrijpen. Maar tegelijkertijd voelde ik een diepe angst opkomen. Wat als ik iets ontdekte dat ik niet wilde weten? Wat als de waarheid die hij met zich meedroeg mijn leven voor altijd zou veranderen?
De jongen stond op en liep naar de deur. Hij draaide zich nog één keer om, zijn blik opnieuw op mij gericht, voordat hij het café verliet. Ik wilde iets zeggen, maar de woorden bleven in mijn keel steken.
De bel boven de deur rinkelde weer, maar nu voelde ik dat mijn wereld niet meer hetzelfde was. Ik had altijd gedacht dat ik slechts een eenvoudige eigenaar van een klein café was, iemand die gewoon mensen hielp, zelfs de arme kinderen die elke dag binnenkwamen voor een beetje voedsel. Maar nu voelde alles anders. Dit café was geen toevluchtsoord meer voor arme zielen, het was de spil geworden van iets veel groters en gevaarlijkers. En ik was betrokken.
De tijd verstreek, maar ik wist dat ik niet langer terug kon naar de onschuldige dagen waarin ik dacht dat ik gewoon een ontbijt gaf aan een hongerig kind. Wat nu? Wat moest ik doen met de kennis die ik had? Was ik veilig? Of had ik nu een doelwit op mijn rug?
Het enige wat ik wist, was dat ik een keuze moest maken. Blijven zwijgen of proberen te begrijpen wat er werkelijk gaande was. Maar ik voelde in mijn hart dat de waarheid, hoe gevaarlijk ook, eindelijk aan het licht zou komen. En het zou alles veranderen.