De stilte in het café was zwaarder dan ooit. Terwijl de deuren langzaam dichtgleden, bleef ik zitten, mijn handen om mijn kop geklemd, en probeerde de waanzin van wat ik net had gehoord te verwerken. Het leek allemaal zo onwerkelijk. Dit kleine, stille jongetje dat elke dag een maaltijd van me kreeg, was blijkbaar niemand minder dan de erfgenaam van een eeuwenoud imperium. En ik was hier gewoon, de eigenaar van een klein café in Lyon, verstrikt in iets waar ik niet eens van had durven dromen.
De man die me had toegesproken, was verdwenen, maar zijn woorden nagalmd in mijn hoofd. Wat had hij bedoeld met “de sleutel”? En waarom had hij gezegd dat ik nu deel uitmaakte van iets veel groters dan ik me ooit had kunnen voorstellen? Waarom had die jongen, wiens naam ik niet eens wist, zoveel macht?
Ik keek naar de tafel waar hij altijd had gezeten, maar nu leek die plek leeg op een manier die ik nooit eerder had gevoeld. Het was alsof alles veranderd was, alsof het café dat ooit een veilige plek was voor een arme jongen, nu de spil was van iets gevaarlijks……………