Saldo: 47.328.911 euro.
De directeur werd lijkbleek.
“Dat… dat is onmogelijk,” stamelde hij. “Die rekening is—”
“—gemarkeerd als ‘niet-bestaand’ in het lokale systeem,” maakte de inspecteur de zin af.
“Maar niet in het centrale archief. En zeker niet in de internationale back-up.”
Armande zei niets.
Ze keek alleen naar het scherm.
“Mijn zoon,” zei ze zacht, “zei dat ik niet moest vertrekken.”
De inspecteur knikte.
“Uw zoon, mevrouw, was geen gewone ingenieur.”
Hij klikte door.
Grafieken. Bedrijfsnamen. Transacties via schijnfirma’s.
“Éloi Marchand-Lenoir werkte aan een intern beveiligingssysteem voor financiële instellingen. Wat zijn werkgevers niet wisten, was dat hij een tweede logboek bouwde. Eén dat niet te wissen was.”
De directeur begon te zweten.
“Uw zoon,” vervolgde de inspecteur, “ontdekte een grootschalig netwerk van witwaspraktijken. Politici. Bankdirecteurs. Overheidscontracten. Miljoenen die verdwenen.”
Hij keek Armande recht aan.
“Die rekening? Dat was geen spaargeld. Dat was bewijs.”
De kamer werd gevuld met het zachte gezoem van de airco.
“Zes jaar geleden,” zei de inspecteur verder,
“werd uw zoon neergeschoten tijdens wat men een ‘overval’ noemde. Maar de kogel kwam van dichtbij. Professioneel……………