“Dus… u zat daar om…?”
“Om te zien wie zou stoppen.”
De woorden hingen zwaar tussen ons in.
“U testte mensen?”
Ze schudde haar hoofd.
“Niet officieel. Mijn beveiliging wist dat ik daar zat. Ze hielden afstand. Maar ik wilde zelf ervaren hoe mensen reageren.”
Ze glimlachte zwak.
“De meesten keken weg. Sommigen maakten foto’s. Eén man zei dat ik ‘maar moest gaan werken’.”
Mijn keel werd droog.
“En toen kwam u.”
Ik voelde warmte in mijn wangen.
“Het was niets bijzonders…”
Ze onderbrak me zacht.
“U gaf me iets dat van uw moeder was.”
Mijn hart kneep samen.
“En geld,” vervolgde ze. “Zonder vragen. Zonder camera. Zonder naam te vragen.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Ze keek naar mijn handen.
“Waarom deed u dat?”
Ik dacht even na.
“Omdat niemand in de kou zou moeten zitten,” zei ik uiteindelijk. “En omdat mijn moeder me leerde dat warmte delen nooit verlies is.”
Er viel een stilte.
Toen zei ze iets dat ik nooit zal vergeten:
“Mag ik u iets teruggeven?”
Ik schudde meteen mijn hoofd.
“Dat is niet nodig.”
Ze glimlachte.
“Dat zeggen mensen altijd.”
Een van de beveiligers kwam even dichterbij en fluisterde iets in haar oor. Ze knikte.
Toen draaide ze zich weer naar mij………….