Mateo voelde hoe zijn handen trilden in de kettingen.
— Wie?
Elena aarzelde even.
Toen fluisterde ze:
— De man met het litteken.
De kolonel verstijfde.
— Welk litteken?
Elena wees naar haar eigen wang.
— Hier.
De kolonel keek plotseling naar de bewaker naast hem.
Een oudere man met een smalle littekenlijn langs zijn kaak.
De bewaker werd meteen bleek.
— Dat is belachelijk, zei hij snel.
Maar de kolonel keek hem strak aan.
— Stil.
Hij draaide zich weer naar Elena.
— Heeft je moeder nog iets gezegd?
Elena knikte.
— Ze zei dat papa het mes nooit heeft aangeraakt.
— Dat iemand het op zijn jas heeft gelegd.
Mateo’s stem brak.
— Dat heb ik altijd gezegd…
De kolonel voelde een koude rilling langs zijn rug lopen…………….