—
Maar met een kans.
—
Een kans om het anders te doen.
—
Op een ochtend, toen het licht zacht door het raam viel,
legde ik mijn hand op mijn buik.
—
Een kleine beweging antwoordde.
—
Leven.
—
Rustig.
—
Aanwezig.
—
“Ik bescherm je,” fluisterde ik.
—
En dit keer…
—
was dat geen hoop.
—
Het was een belofte.
—
Want wat er ook nog zou komen…
—
welke stappen er ook nog gezet moesten worden…
—
één ding stond vast:
—
ik had mijn stem terug.
—
En deze keer…
—
zou niemand die ooit nog van mij afpakken.