Ik las één zin.
En toen nog eens.
En nog eens.
Alsof mijn ogen weigerden te begrijpen.
De woning…
was niet meer van mij.
Mijn naam stond er nog.
Maar…
alleen als vruchtgebruiker.
De eigenaar?
Romain.
Sinds…
drie jaar.
Mijn handen begonnen te trillen.
— Nee… fluisterde ik.
Dat kon niet.
Ik herinnerde me niets.
Geen handtekening.
Geen toestemming.
Maar daar stond het.
Zwart op wit.
Met mijn naam.
Mijn handtekening.
Of…
iets dat erop leek.
De kamer begon te draaien.
Langzaam.
Gevaarlijk langzaam.
Niet alleen mijn plaats in de bus…
maar mijn plaats in mijn eigen leven…
was verdwenen.
Ik ging weer zitten.
Heel voorzichtig.
Alsof de grond elk moment kon wegzakken.
Toen kwam het besef.
Niet plotseling.
Maar scherp.
Helder.
Dit ging niet alleen over een reis.
Niet alleen over een plek.
Dit ging over respect.
Over waarheid.
En misschien…
over verraad.
Ik keek naar de deur.
Waar hij die ochtend was vertrokken.
Zonder om te kijken…………..