Die nacht…
kon ik niet slapen.
De stilte in huis was anders dan anders.
Niet rustgevend.
Leeg.
Alsof iets was weggenomen…
dat nooit meer zou terugkomen.
Ik zat aan de keukentafel.
Dezelfde tafel…
waar ik hem had leren schrijven.
Waar hij zijn eerste huiswerk had gemaakt.
Waar hij ooit had gezegd:
“Later zorg ik voor jou, mama.”
Ik glimlachte bitter.
Later…
bleek iets anders te betekenen.
Ik stond op.
Niet omdat ik iets nodig had.
Maar omdat stilzitten pijn deed.
Ik liep naar de kast in de gang.
Onderin lag een oude doos.
Papieren.
Documenten.
Alles wat ik jaren had bewaard…
zonder er echt nog naar te kijken.
Misschien zocht ik troost.
Misschien bewijs…
dat mijn leven ertoe had gedaan.
Ik opende de doos.
Foto’s.
Romain als baby.
Romain op school.
Romain op het strand van Arcachon…
lachend, zand op zijn gezicht.
Mijn vingers bleven even rusten op die foto.
Toen schoof ik verder.
En daar…
zat een envelop.
Dik.
Officieel.
Ik fronste.
Ik herkende hem niet.
Langzaam opende ik hem.
Mijn hart begon sneller te kloppen.
Regels.
Stempels.
Handtekeningen………………..