De blik van Mel gleed over Elena alsof ze geen mens was…
maar bezit.
“Dat meisje,” zei hij langzaam, “heeft schulden. Aan mij.”
De woorden vielen zwaar in de stilte van de veranda.
Elena’s vingers sloten zich automatisch rond de stof van haar jurk.
Adam bewoog niet.
“Leg dat uit,” zei hij rustig.
Te rustig.
Mel grijnsde. “Ze kwam in mijn saloon. At mijn eten. Warmde zich bij mijn vuur. Dat kost geld.” Hij haalde zijn schouders op. “En ze had niks om te betalen.”
Elena stapte naar voren.
“Ik heb om werk gevraagd,” zei ze, haar stem strak maar helder. “Je hebt me geweigerd.”
Mel’s ogen werden kouder.
“En toch heb je genomen wat niet van jou was,” beet hij terug. “In deze stad noemen we dat schuld.”
Een van de mannen achter hem lachte zacht.
Adam keek naar Elena.
“Is dit waar?” vroeg hij.
Ze knikte… maar haar ogen bleven fier.
“Ik heb gegeten. Maar ik heb ook aangeboden om te werken. Hij wilde iets anders.”
Die laatste zin bleef hangen.
Zwaar.
Vies.
Duidelijk.
Adam draaide zich langzaam terug naar Mel.
“Hoeveel?” vroeg hij.
Elena’s hoofd schoot omhoog. “Nee—”
Adam hief een hand. Niet om haar te stoppen.
Om haar gerust te stellen.
Mel glimlachte breder. “Voor een meisje als zij?” Hij liet zijn blik opzettelijk over haar heen gaan. “Laten we zeggen… vijftig dollar.”
Het was absurd.
Iedereen wist het.
Dat was geen schuld.
Dat was een prijs.
Adam stapte naar buiten, de sneeuw knarste onder zijn laarzen.
Hij stond nu recht tegenover Mel.
Dicht genoeg dat de lucht tussen hen gespannen stond als een draad.
“Je liegt,” zei Adam kalm. “En je weet het.”
Mel haalde zijn schouders op. “Betaal… of ik neem haar mee terug. En geloof me, deze keer kiest ze wél voor het werk dat ik aanbied.”
Elena verstijfde achter hem……………