Die laatste woorden waren zachter. Persoonlijker.
Mijn hart brak.
Na de vlucht
Passagiers stonden op. Praatten. Leefden.
Ik bleef zitten.
“Ik moet even naar het toilet,” zei ik tegen Robert.
Maar in plaats daarvan liep ik richting cockpit.
Mijn benen voelden zwaar, alsof elke stap me dichter bij een waarheid bracht waar ik nooit klaar voor was geweest.
De deur stond op een kier.
Hij stond daar.
Grijzer. Ouder. Maar dezelfde ogen.
Thomas keek op… en zijn gezicht verstijfde.
“Emily?” fluisterde hij.
Niemand had me zo genoemd sinds ik 22 was.
De stilte tussen ons
Veertig jaar lag tussen ons.
En één leven.
“Ik hoorde je naam,” zei ik. “Ik… ik wist niet dat jij—”
Hij glimlachte zwak. “Ik vlieg deze route al jaren.”
Zijn blik gleed over mij heen. “Je ziet er… moe uit.”
Mijn stem brak. “Mijn zoon is gestorven.”
Zijn gezicht veranderde. “Het spijt me,” zei hij oprecht. “Hoe oud was hij?”
“Veertig.”
Zijn adem stokte.
Veertig.
Hij wist het.
Ik zag het in zijn ogen. De rekensom. De waarheid die zich vormde.
“Emily…” fluisterde hij. “Is hij…?”
Ik knikte…………..