Histoire 17 02

Ik knikte langzaam. “U was vijf minuten klinisch dood. We hebben u teruggebracht.”

De vrouw hapte naar adem. “Maar… maar we hebben daar twintig minuten gewacht! Niemand vertelde ons iets!”

De hoofdarts boog zich iets naar voren.

“Die twintig minuten waren precies het moment waarop mijn team — waaronder deze verpleegkundige — vocht om het leven van uw man. Terwijl u hier stond te schreeuwen over een broodje.”

Er ging een hoorbare zucht door de kantine. Iemand fluisterde: “Ongelooflijk.”

De vrouw werd rood. Niet van schaamte — nog niet — maar van woede die nergens heen kon.

“Dat… dat wisten wij niet.”

“Dat klopt,” zei de hoofdarts. “En daarom schreeuwen we hier niet. We vragen. We wachten. En we behandelen zorgverleners met respect.”

Hij draaide zich weer naar mij toe.

“Zuster Van Dijk, wilt u alstublieft uw pauze afmaken? Uw dienst loopt nog lang.”

Mijn handen trilden. Niet van angst, maar van alles wat ik had ingeslikt.

“Dank u, dokter.”

Ik ging weer zitten. Mijn sandwich was koud geworden.

De vrouw stond daar nog steeds, nu zichtbaar ongemakkelijk. Mensen keken openlijk naar haar. Sommigen schudden hun hoofd. Haar man legde een hand op haar arm.

“Het spijt me,” mompelde hij. Niet tegen mij — tegen de ruimte.

Zij zei niets meer. Ze draaide zich om en liep de kantine uit, haar hakken niet meer zo zelfverzekerd.

De hoofdarts bleef nog even staan. Hij keek rond en sprak harder, voor iedereen:

“Voor wie het vergeten is: zorgverleners zijn geen machines. Ze eten, ze ademen, en soms… redden ze levens terwijl u wacht…………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire