Ik knikte.
“Dan moet je daar zijn,” zei ik zacht. “Niet hier.”
Hij keek op, verrast. “Dat meen je niet…”
“Ik meen het wel,” zei ik. “Je hebt een leven gekozen. Ga dat leven leven.”
Hij keek opnieuw naar de baby, zijn ogen gevuld met iets dat leek op spijt.
“Ze is van mij, toch?” vroeg hij bijna fluisterend.
Ik hield zijn blik vast. “Dat had je zes maanden geleden moeten willen weten.”
Die woorden raakten hem harder dan alles daarvoor.
Hij deed een stap achteruit, alsof hij eindelijk begreep dat sommige deuren niet zomaar weer open gaan.
Maar net toen hij zich omdraaide om te vertrekken, begon de baby zacht te bewegen. Een klein geluidje, nauwelijks hoorbaar… maar genoeg om hem te laten stoppen.
Hij keek om.
Ik zag de twijfel. De pijn. De spijt.
En voor een moment… zag ik ook de man die hij ooit was.
“Eén minuut,” zei ik uiteindelijk.
Hij keek me aan, bijna niet gelovend wat hij hoorde.
Ik knikte licht.
Voorzichtig liep hij naar de wieg. Zijn handen trilden toen hij haar oppakte, alsof hij bang was dat ze zou verdwijnen als hij haar te stevig vasthield.
Ze opende haar ogen………………