Histoire 16 2056 71

“Mooi hè?” zei hij trots.

“Staat je goed,” zei ik, terwijl ik mijn stem neutraal probeerde te houden.

Op de laatste schooldag voor de vakantie gaf hij me iets. Een tekening, gevouwen en een beetje gekreukt.

Het was een gele bus. Met een man achter het stuur. En erboven stond, in wiebelige letters:

Dank je dat je me zag.

Ik zat nog lang in mijn bus die middag, alleen, met die tekening in mijn handen.

Vijftien jaar had ik dit werk gedaan. Ik dacht dat ik alles al gezien had. Dat mijn rol was om te rijden, te stoppen, weer door te gaan.

Maar die dinsdag leerde me iets anders.

Soms verandert een leven niet door grote daden.

Maar door iemand die even stopt, luistert…

en zegt: je bent niet onzichtbaar.

En elke ochtend, als ik nu de sleutel omdraai en de motor bromt, denk ik niet meer:

weer een dag.

Laisser un commentaire