Histoire 16 2039 70

Ik bleef nog lang zitten nadat Mateo weer naar zijn kamer was gegaan. Het geluid van zijn voetstappen op de houten vloer echoënde in mijn hoofd, elke stap als een hamer op mijn borst. Althea zat tegenover me, haar handen gevouwen in haar schoot, haar blik ergens tussen het verleden en het heden in.

 

“Ik wist niet hoe ik het moest doen,” zei ze eindelijk. “Elke dag zei ik tegen mezelf: vandaag bel ik hem. Vandaag zeg ik de waarheid. Maar elke dag werd die waarheid zwaarder.”

 

Ik knikte langzaam. Alles in mij wilde boos zijn, wilde vragen waarom ze mij dit had aangedaan. Maar boosheid verdampte zodra ik aan die kleine jongen dacht, aan zijn rustige stem, aan de manier waarop hij mij had aangekeken zonder oordeel.

 

“Hij lijkt gelukkig,” zei ik.

 

“Dat is hij,” antwoordde ze zacht. “Maar hij mist iets. Ook al weet hij niet precies wat.”

 

Ik bleef die avond niet langer. We spraken af dat ik zou terugkomen. Geen beloften. Geen druk. Alleen tijd.

 

 

 

De dagen daarna functioneerde ik op automatische piloot. Op kantoor staarde ik naar mijn scherm zonder echt te zien wat erop stond. ’s Nachts lag ik wakker, denkend aan alles wat ik had gemist: eerste stapjes, eerste woorden, koortsige nachten, verjaardagen.

 

En steeds weer kwam die ene gedachte terug, scherp en onontkoombaar:

Ik had hier moeten zijn.

 

Een week later stond ik opnieuw voor haar deur. Dit keer met een tas vol boodschappen, omdat ik niet wist wat anders gepast was. Althea deed open en stapte zonder woorden opzij.

 

Mateo zat aan tafel te tekenen.

 

“Hallo,” zei hij, voorzichtig.

 

“Hallo,” antwoordde ik. “Wat maak je?”

 

“Een huis,” zei hij. “Met iedereen erin.”

 

Hij schoof het papier naar me toe. Er waren drie figuren. Eén had duidelijk mijn krullen.

 

Mijn keel trok samen…………..

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire