— Het was… mijn broer, zei hij uiteindelijk. Met een stem zo breekbaar dat ik mijn adem inhield.
Zijn broer? Ik kende alleen zijn overleden familieleden. Niemand had ooit een broer genoemd.
— Julien… weet niets, ging hij verder. Hij denkt… dat dit een vergissing uit mijn verleden is. Alleen Monique kent het hele verhaal. Maar jij verdient de waarheid.
Ik knielde naast hem, hield zijn hand vast en voelde hoe de spanning in zijn spieren toenam.
— Toen ik achttien was, zei Gérard, werd mijn broer… betrokken bij een groep. Een gevaarlijke. Ze noemden zichzelf “Les Rénovateurs”. Ze beweerden dat ze een nieuwe sociale orde wilden bouwen. Maar in werkelijkheid waren het criminelen. Ze manipuleerden jongeren, zetten hen tegen hun eigen familie op… En ik was naïef.
Hij slikte moeizaam.
— Ik volgde hem. Eén keer maar. Tijdens een nachtelijke bijeenkomst. Ik dacht dat het politiek was, of idealistisch. Maar het was… een ritueel. Om ‘trouw’ te tonen. En daarvoor… brandmerkten ze iedereen met dit teken……….