“En tot die tijd?” vroeg hij hees.
“Tot die tijd,” zei ik, “blijven de sleutels hier.”
Ik hing op voordat hij iets kon zeggen dat hij later niet meer terug zou kunnen nemen.
Die avond zat ik op de veranda met een kop thee. De zon zakte langzaam weg achter het land dat ik had beschermd, zelfs toen het mij pijn deed.
Ik huilde eindelijk. Zacht. Eerlijk.
Niet omdat ik mijn zoon had verloren.
Maar omdat ik mezelf had teruggevonden.
Want liefde betekent niet dat je alles accepteert.
Liefde betekent dat je grenzen stelt — zelfs aan degene van wie je het meest houdt.
En die vier woorden?
Die waren geen straf.
Ze waren een waarheid.