“Ik heb je dossier bekeken,” ging hij verder. “Weduwe. Jonge moeder. Nachtwerk. Geen enkele klacht. Altijd op tijd.”
Hij stond op en liep naar het raam. Even dacht ik dat hij het gesprek zou beëindigen.
Toen draaide hij zich om.
“Je bent niet in de problemen, Miranda.”
Mijn adem stokte. “Niet?”
“Integendeel,” zei hij rustig. “Ik wil begrijpen hoe iemand die zo weinig heeft, toch zoveel kan geven.”
De tranen kwamen nu ongeremd.
“Ik heb niet veel,” fluisterde ik. “Maar ik weet hoe het voelt om bang te zijn dat je je kind niet kunt beschermen.”
Hij knikte langzaam. “De baby die je vond… is mijn kleinzoon.”
Het voelde alsof de wereld even kantelde.
“Zijn moeder is in een zware postnatale depressie geraakt,” zei hij. “Ze is opgenomen. Zijn vader is niet in beeld. Die ochtend is hij… achtergelaten. Niet uit wreedheid. Uit wanhoop.”
Ik sloeg mijn handen voor mijn mond.
“Hij had geluk,” vervolgde Daniel. “Onvoorstelbaar geluk. Jij liep daar langs.”
Ik kon nauwelijks spreken. “Gaat het goed met hem?”
Hij glimlachte voor het eerst. “Dankzij jou wel.”
Hij liep terug naar zijn bureau en schoof een map naar me toe………..