Leah keek de jonge verpleegster recht aan. Haar stem was zwak, maar haar blik helder – veel helderder dan Maria had verwacht bij een patiënt die zogenaamd nauwelijks bij bewustzijn was.
“Luister goed…,” fluisterde Leah. “Ik heb niet meer lang. Maar ik wil niet dat mijn laatste dagen besteed worden aan wachten tot iemand mijn leven en mijn nalatenschap misbruikt.”
Maria slikte hoorbaar. “Wat bedoelt u?”
Leah kneep even zacht in haar hand. “Mijn man komt hier niet voor mij. Hij komt voor wat ik bezit. Mijn huis… mijn rekeningen… mijn bedrijf.” Ze nam even adem, moeizaam maar vastberaden. “Hij denkt dat ik sterf zonder nog iets te kunnen doen. Maar hij onderschat me.”
De verpleegster keek nerveus naar de deur, alsof Oliver elk moment kon binnenstormen. “Wat wilt u dat ik doe?”
Leah richtte zich een fractie op, de pijn negerend. “Ik heb iemand nodig die voor mij iets regelt. Iemand die geen belang heeft bij mijn dood. Iemand die eerlijk is.” Ze keek Maria doordringend aan. “Ik heb gekozen voor jou.”
Maria’s ogen werden groot. “Maar… ik ben maar een verpleegster.”
“En dat is precies waarom ik je vertrouw,” antwoordde Leah. “Je bent vriendelijk. Ik heb je gezien met andere patiënten. Jij ziet ze als mensen, niet als dossiers. Ik heb iemand nodig die niet corrupt is.”
Maria’s wangen kleurden licht. “Wat moet ik precies doen?”
Leah wees naar het kleine kastje naast haar bed. “In de onderste lade ligt een sleutel. Pak hem.”
De verpleegster aarzelde een moment, maar opende toen de lade. Daar lag inderdaad een kleine zilveren sleutel met een blauw lint eraan gebonden.
“Deze sleutel,” zei Leah, “hoort bij een kluis… niet hier, maar in mijn kantoor. In die kluis zit alles wat ik nodig heb om mijn nalatenschap veilig te stellen. Testament, volmachten, contracten… alles wat Oliver nooit heeft gezien.”
Maria keek verbaasd op. “Waarom heeft u dat niet met uw advocaat geregeld?”
Leah glimlachte zwak. “Dat heb ik. Maar Oliver denkt dat hij mijn advocaat heeft omgekocht. Wat hij niet weet, is dat ik al jaren twee advocaten heb – één zichtbaar, één onzichtbaar.”
Ze ademde diep in. “De sleutel van die tweede kluis… die is voor jou. Ik wil dat jij, zodra ik het zeg, naar mijn kantoor gaat. Je zal daar iemand vinden die alles verder zal regelen.”
Maria keek nerveus naar de sleutel in haar hand. “Waarom ik? Waarom niet een familielid?”
Leah staarde even naar het plafond, alsof ze zich afvroeg waar haar vroegere leven gebleven was. “Omdat iedereen die Oliver kent, door hem is beïnvloed. En iedereen die mij kent… te veel van hem vreest.”
De jonge vrouw slikte opnieuw. “En wat moet ik zeggen als iemand me tegenhoudt? Ik ben niet bevoegd om zomaar–……………..