Fernando’s ogen werden zacht.
Dieper dan ooit.
Hij legde voorzichtig zijn hand op haar wang.
— En toch… fluisterde hij… ben jij de sterkste vrouw die ik ooit heb ontmoet.
Lucía keek hem ongelovig aan.
— Je… bent niet boos?
Hij schudde zijn hoofd.
— Boos? zei hij zacht.
— Ik ben trots.
Een stilte volgde.
Maar deze keer…
was het geen zware stilte.
Fernando trok haar voorzichtig naar zich toe.
— Je hebt geen drie kinderen om uit te leggen…
zei hij zacht.
— Je hebt een hart dat drie levens heeft gered.
Lucía begon opnieuw te huilen.
Maar dit keer…
was het anders.
Niet van pijn.
Maar van opluchting.
Die nacht…
gebeurde er niets van wat mensen verwachten van een huwelijksnacht.
Geen haast.
Geen oordeel.
Geen angst.
Alleen twee mensen…
die elkaar eindelijk echt zagen.