“Met kracht?”
Ik knikte.
Zijn blik werd nog serieuzer.
Toen pakte hij een radio.
“We hebben mogelijk hoofdtrauma bij een zesjarig kind.”
Mijn hart zonk.
In het ziekenhuis ging alles snel.
Artsen en verpleegkundigen namen Sophie meteen mee naar de spoedafdeling.
“U moet hier wachten,” zei een verpleegster.
De deuren sloten.
Ik bleef alleen achter in de gang.
Mijn handen zaten nog onder de jus en stukjes gebroken porselein van de saucière.
De tijd leek stil te staan.
Na ongeveer twintig minuten — die als uren voelden — kwam een dokter naar buiten.
“Bent u Sophie’s moeder?”
Ik sprong meteen op.
“Ja.”
Hij sprak rustig maar ernstig.
“Ze heeft een hersenschudding en een flinke klap op haar achterhoofd gekregen. We maken een scan om zeker te zijn dat er geen bloeding is.”
Mijn knieën voelden zwak.
“Wordt ze wakker?”
“Ze begint al licht te reageren, wat een goed teken is.”
De opluchting overspoelde me zo sterk dat ik bijna begon te huilen.
Een uur later mocht ik eindelijk naar haar kamer.
Sophie lag in het bed met een klein verband op haar hoofd.
Haar ogen waren halfopen.
Toen ze mij zag, fluisterde ze:
“Mama?”
Ik pakte meteen haar hand.
“Ik ben hier………………..