— Hallo?
Stilte.
Dan…
een zwakke stem.
— Thomas…
Zijn hart stopte bijna.
— Léa?!
Haar adem klonk zwaar.
— Het spijt me… fluisterde ze.
— Waar ben je?! riep hij.
Een lange stilte.
Toen:
— In het ziekenhuis… Saint-Antoine…
Thomas fronste.
— Wat doe je daar? Wat is er gebeurd?!
Haar stem brak.
— Ik… ik kon het niet meer…
Zijn hand begon te trillen.
— Léa, wat bedoel je?
— Ik ben ingestort, zei ze. — Ik kon niet meer zorgen voor hen… ik had geen kracht meer… geen geld… niets…
Thomas sloot zijn ogen.
De waarheid sloeg hard.
Te hard.
— Waarom heb je me niets gezegd? fluisterde hij.
— Omdat jij altijd bezig was… altijd ver weg… altijd werk…
Die woorden…
raakte dieper dan alles.
Thomas keek naar Lucas.
Zijn zoon zat stil op een stoel.
Wachtend.
Vertrouwend.
— Ik kom naar je toe, zei Thomas zacht.
— Nee… antwoordde Léa zwak. — Blijf bij de kinderen…
De lijn viel weg.
Thomas liet zijn telefoon zakken.
Voor het eerst in lange tijd………….