De stilte in de kamer werd ondraaglijk. Zelfs de vrouw in de rode jurk durfde niet meer te bewegen. Het enige geluid dat nog te horen was, was Elena’s onregelmatige ademhaling.
Daniel probeerde zichzelf te herpakken. Hij streek met zijn hand door zijn haar en zette een gemaakte glimlach op, alsof hij de situatie nog kon controleren.
“Clara, je maakt hier een drama van,” zei hij geforceerd. “Elena heeft problemen. Ze wilde zelf zo leven. Ik heb haar geholpen.”
Ik keek hem strak aan.
“Je hebt haar geïsoleerd,” antwoordde ik kalm. “Je hebt haar geld afgenomen, haar laten geloven dat ze niets waard was, en haar behandeld als een object. Dat is geen hulp.”
Elena begon zacht te huilen. Het was geen luid gehuil, maar het soort huilen dat ontstaat wanneer iemand eindelijk beseft dat ze niet meer alleen is.
Ik ging naast haar zitten en nam haar handen vast. Ze waren koud.
“Luister naar mij,” zei ik langzaam. “Je hoeft niets uit te leggen. Je hoeft niets te bewijzen. Ik ben hier om je mee te nemen.”
Daniel sloeg met zijn vuist op tafel.
“Je denkt zeker dat je alles onder controle hebt! Dit is mijn huis!”
Ik stond op en keek hem zonder angst aan.
“Dit is jouw huis niet. Dat weet je. En dat wist je al die tijd.”
Ik draaide me om naar de vrouw in de rode jurk.
“Het is beter dat je nu gaat,” zei ik rustig. “Dit heeft niets meer met jou te maken.”
Ze aarzelde, pakte haar tas en liep zonder iets te zeggen richting de deur. Ze keek Daniel niet eens meer aan…………….