In de maanden die volgden, ging mijn leven verder. Ik leidde een klein team. Ik gaf lezingen. Studenten kwamen na colleges naar me toe met diezelfde blik die ik ooit had gehad: hoopvol, maar bang om te veel te willen.
Ik zei tegen hen wat ik ooit zelf had moeten horen:
“Je hoeft niemand te overtuigen dat je ambitie legitiem is.”
Op een regenachtige zondag kwam er nog één bericht. Van Emma.
Geen hartjes deze keer. Geen drama.
Ik snap het nu pas.
Het spijt me.
Ik had moeten zien wat er gebeurde.
Ik had naast je moeten staan.
Ik geloofde haar. Echt.
Maar begrip verandert het verleden niet.
Ik antwoordde haar wél.
Ik ben blij dat je groeit.
Dat is genoeg voor nu.
Meer kon ik niet geven. En dat was oké.
Soms vragen mensen of ik mijn familie mis.
Ik zeg dan:
“Ik mis het idee dat ze me hadden kunnen zien.”
Maar ik mis mijn leven niet………………