“Ik loog omdat ik je wilde beschermen tegen een waarheid die je zou breken voordat je sterk genoeg was.”
Ik zakte op de bank neer.
Alles viel op zijn plaats.
Waarom ze nooit wilde dat ik haar ‘mam’ noemde, maar het nooit corrigeerde als ik het per ongeluk deed.
Waarom ze altijd zei: “Jij bent het beste wat mij ooit is overkomen.”
Waarom haar ogen soms te vol stonden met iets dat leek op spijt… en liefde.
Ze had haar hele leven opgeofferd om mij een normaal leven te geven.
Niet als grootmoeder.
Maar als moeder.
Ik ging terug naar het huis. Naar haar kamer. Haar kast. Haar geur.
Ik ging op haar bed zitten en fluisterde iets wat ik nooit hardop had gezegd:
“Dank je, mama.”
Ze had me mijn hele leven voorgelogen.
Maar elke leugen was gebouwd uit liefde.
En nu ik de waarheid kende, wist ik één ding zeker:
Ik was nooit ongewenst geweest.
Ik was nooit alleen geweest.
En ik was vanaf het allereerste moment onvoorwaardelijk geliefd.