Ze keek naar de vrouwen aan tafel. — En voor jullie: als iemand ooit probeert jullie klein te maken om zichzelf groot te voelen… geloof hem niet.
Emma pakte haar jas, liep naar de deur en draaide zich nog één keer om. — De taart is voor jullie. Ik heb geen trek meer.
De deur sloot zacht achter haar.
In de eetkamer bleef David staan, omringd door stilte, schaamte en een onaangeroerde appeltaart—voor het eerst geconfronteerd met de waarheid dat macht niet schuilt in beledigen, maar in waardigheid.
En Emma?
Die liep de frisse nacht in, lichter dan ze zich in jaren had gevoeld.
Niet omdat ze had gewonnen.
Maar omdat ze eindelijk had gekozen.