Ze rolde met haar ogen. “Doe niet zo dramatisch. Ik heb het alleen maar geleend.”
“Geleend?” Mijn stem trilde. “Je hebt het gestolen.”
“Ik had geen keus!” riep ze. “Lune had een auto nodig. Wat had ik dan moeten doen? Haar laten lopen?”
“Je had kunnen werken,” zei ik. “Of lenen bij een bank. Of vragen. Niet stelen van je eigen ouders.”
Zeryn werd rood. “Ze hebben het geld toch niet echt nodig. Ze zijn oud. Die bruiloft is symbolisch.”
Dat was het moment waarop iets in mij brak.
“Die bruiloft,” zei ik langzaam, “is hun droom. Hun enige droom. En jij hebt die vertrapt.”
Ik draaide me om en liep weg. Achter me hoorde ik haar nog roepen dat ik overdreef.
Die avond zat ik bij oma en opa aan tafel. Ze hadden soep gemaakt, maar niemand at.
“Ze zegt dat ze het terugbetaalt,” zei opa uiteindelijk.
“Wanneer?” vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op. “Ze zei: ‘zo snel mogelijk’.”
Ik keek naar hun gezichten. Het verdriet zat niet in tranen, maar in hun houding. Gebogen. Alsof ze zich schaamden dat ze ooit hadden durven dromen.
En toen wist ik wat ik moest doen.
De volgende ochtend ging ik naar mijn bank.
Ik had geen groot vermogen. Maar ik had gespaard. Voor een reis. Voor later. Voor ‘ooit’.
Ik haalde alles eruit.
Die middag legde ik het geld op tafel bij oma en opa. In een nieuwe doos.
“Wat is dit?” fluisterde oma.
“Jullie bruiloft,” zei ik. “Jullie echte bruiloft.”
Oma begon te huilen. Opa stond op en omhelsde me zonder iets te zeggen. Hij rook nog steeds naar aftershave en koffie……………..