Victor begon intussen fouten te maken.
Hij belde vaker. Stelde vragen die hij nooit stelde. “Waar was je gisteren?” “Met wie lunchte je?” Zijn stem bleef beheerst, maar de controle slipte.
Op een avond vroeg hij plots: “Heb jij met iemand gesproken over het bedrijf?”
Ik keek op van mijn boek. “Moet ik dat doen?”
Hij glimlachte. Te snel. “Natuurlijk niet.”
Maar zijn ogen verrieden hem.
Ik wist dat de raad van bestuur onrustig werd. Dat investeerders begonnen te fluisteren. Niet vanwege beschuldigingen, maar vanwege onzekerheid. En onzekerheid is gevaarlijker dan waarheid.
—
De echte verschuiving kwam onverwacht.
Niet door mij. Niet door Lena.
Maar door een intern onderzoek.
Een anonieme melding. Geen namen. Alleen data en verbanden. Genoeg om vragen te rechtvaardigen. Genoeg om alles stil te zetten.
Victor kwam die avond laat thuis.
Hij ging zitten zonder zijn jas uit te doen.
“Ze hebben me gevraagd tijdelijk terug te treden,” zei hij. Zijn stem was schor.
Ik zei niets.
“Was jij dit?” vroeg hij uiteindelijk.
Ik legde mijn boek neer. “Dat doet er niet toe.”
Hij keek me aan. Voor het eerst zonder superioriteit. Zonder rol.
“Je had me kunnen waarschuwen.”
Ik stond op. “Je had eerlijk kunnen zijn.”
Dat was alles.
—
De weken daarna waren vreemd kalm.
Victor verhuisde naar een appartement “om ruimte te geven”. Het bedrijf kondigde een herstructurering aan. Lena nam ontslag bij een partnerbedrijf en vertrok naar het buitenland. Zonder drama. Zonder uitleg……………