Maar hij bleef standvastig.
—
“Ik gaf jullie vertrouwen.”
—
Hij keek rond.
—
“Jullie maakten er misbruik van.”
—
Hij draaide zich om.
Klaar.
—
Maar stopte nog één keer.
—
“Jullie hebben één uur om te vertrekken.”
—
En deze keer…
luisterde iedereen.
—
Later die avond…
was het stil in het grote huis.
—
Geen muziek.
Geen gelach.
Geen maskers.
—
Alleen Richard en Camille.
—
Hij stond voor haar.
Onzeker.
Voor het eerst in jaren.
—
“Het spijt me,” zei hij zacht.
—
Camille keek hem aan.
Lang.
Diep.
—
“Je was er niet,” zei ze.
Niet boos.
Gewoon eerlijk.
—
Hij knikte.
—
“Ik ben er nu.”
—
Een stilte.
—
Toen…
heel langzaam…
nam ze zijn hand.
—
Niet omdat alles vergeten was.
Maar omdat…
dit misschien een nieuw begin kon zijn.
—
Sommige waarheden breken je hart.
Maar ze openen ook je ogen.
—
En soms…
moet je alles verliezen wat vals is…
om te beschermen wat echt is.