—
Hij duwde de deuren open.
—
De muziek stopte niet meteen.
Maar één voor één…
begonnen mensen zich om te draaien.
—
Marc stond nog steeds met een glas champagne in zijn hand.
Zijn glimlach bevroor.
—
“Ah! Daar is onze held!” zei hij, nerveus lachend.
—
Richard liep door de menigte.
Zonder te stoppen.
—
Hij pakte het glas uit Marc’s hand.
Keek ernaar.
—
En gooide het op de grond.
—
Het glas verbrijzelde.
De zaal werd stil.
—
“Feest afgelopen.”
—
Niemand bewoog.
—
“NU.”
—
De toon liet geen discussie toe.
—
Gasten begonnen ongemakkelijk hun spullen te pakken.
Fluisterend.
Kijkend.
Vertrekkend.
—
Binnen enkele minuten…
was de zaal half leeg.
—
Zijn moeder kwam naar voren.
“Richard, dit is niet nodig. We vierden gewoon—”
—
“Met mijn geld,” onderbrak hij haar.
—
Ze zweeg.
—
“En terwijl jullie vierden…”
Hij wees richting de keuken.
—
“…stond mijn vrouw daar te werken als personeel.”
—
Niemand durfde hem nog aan te kijken.
—
Hij haalde diep adem.
En toen…
kwam de beslissing.
—
“Vanaf vandaag,” zei hij rustig, “is alles voorbij.”
—
Hij keek naar Marc.
—
“Geen geld meer.”
—
Naar Patricia.
—
“Geen toegang meer tot dit huis.”
—
Naar zijn moeder.
—
Een korte stilte.
Zwaarder dan alles.
—
“En jij… hebt me het meest teleurgesteld.”
—
Tranen vulden haar ogen…………………..