Histoire 12 87

Idris fluisterde: “En we wilden geen beloning. Geen aandacht.”

Odes stond op en trok haar kinderen in een omhelzing. Ze huilde — stil, schokkend.

“Ik wist dit niet,” zei ze. “Ik wist niet dat jullie dit deden.”

“Je was altijd moe,” zei Calla zacht. “We wilden je niet nog meer belasten.”

De volgende zondag gebeurde er iets onverwachts.

In plaats van alleen Calla en Idris, stond de hele straat buiten. Met bezems. Met vuilniszakken. Met koffie en koekjes.

Iemand had het verhaal rondverteld — niet als beschuldiging, maar als bewondering.

De munten werden verzameld in een pot bij de lantaarnpaal. Met een briefje erbij:

“Gevonden geld. Als u iets mist, neem wat van u is.”

Binnen een uur was de pot leeg.

Niet gestolen. Teruggegeven.

En Calla en Idris?

Ze stonden er gewoon bij. Stil. Met kleine glimlachen.

Nog steeds goede kinderen.

Maar nu wist iedereen het.

Laisser un commentaire