Histoire 12 5

 

Ik pakte mijn telefoon en belde haar. Eén keer, twee keer, tien keer. Geen reactie.

Haar jas was weg. Haar tas ook. Maar het vreemdste was: haar identiteitskaart lag nog op de keukentafel. Ze was dus halsoverkop vertrokken, zonder voorbereiding.

 

Mijn moeder kwam naast me staan.

— “Je moet niet zo overdrijven. Zij moet leren luisteren. Het is goed dat je haar hebt gecorrigeerd.”

 

Dat woord — corrigeren — deed me fysiek pijn. Opeens hoorde ik het van buitenaf, alsof iemand anders het had gezegd. Alsof ik iemand geworden was die ik nooit had willen zijn.

 

— “Maman, ze is mijn vrouw… niet jouw dienstmeisje.”

 

Mijn moeder keek me aan, alsof ik haar verraden had.

— “Zonder mij zou je gezin uit elkaar vallen. Ik weet wat goed voor jullie is.”

 

Maar voor het eerst sinds jaren voelde ik dat dit niet waar was.

 

 

 

Ik ging op zoek

 

Ik stapte in de auto en reed door heel Rennes. Supermarkten, bushaltes, de kleine straatjes waar we vroeger samen wandelden… nergens vond ik haar. Ik belde zelfs het ziekenhuis, uit angst dat ze misschien flauwgevallen was door uitputting.

 

Overal hetzelfde antwoord: “We hebben niemand met die naam binnengekregen.”

 

De baby, die bij mijn moeder thuis bleef, leek te voelen dat er iets mis was. Hij huilde zonder stoppen. Marianne wist altijd hoe ze hem moest troosten. Ik niet……..

Lees verder op de volgende pagina

Laisser un commentaire