“Het landgoed behoort tot mijn familie.”
Linda snoof.
“Welke familie? Je zei altijd dat je niemand had.”
“Dat zei ik omdat ik wilde zien wie mij zou waarderen zonder mijn naam,” antwoordde Sarah kalm.
Ze gebaarde naar een groot portret aan de muur — een oudere man in een statig pak.
“Mijn vader.”
Mark keek naar het naamplaatje onder het schilderij.
Zijn gezicht werd bleek.
De naam was wereldwijd bekend.
Villeroy.
De oprichter van een internationaal luxe-imperium.
“Dat… dat is onmogelijk,” fluisterde hij.
Sarah knikte licht.
“Ik ben Sarah Villeroy. Enige erfgenaam van de Villeroy Luxury Group.”
De woorden hingen zwaar in de lucht.
Linda wankelde bijna.
“Maar… je schoenen… je kleren… je had niets!”
“Ik had alles,” zei Sarah rustig. “Behalve zekerheid dat iemand van mij hield om wie ik was.”
Ze keek Mark recht aan.
“Ik wilde een partner die naast mij stond, niet boven mij.”
Mark slikte.
Herinneringen flitsten door zijn hoofd — hoe hij haar kleineerde, hoe hij haar uitgaf, hoe hij haar liet vernederen door zijn moeder.
Zijn stem werd plots zacht.
“Sarah… we kunnen opnieuw beginnen.”
Sarah keek hem een moment zwijgend aan.
Toen glimlachte ze — vriendelijk, maar afstandelijk.
“Je had twee jaar om mij te kiezen.”
Linda stapte naar voren.
“Mijn zoon wist niet wie je was! Dat is niet eerlijk!”
Sarah’s blik werd voor het eerst koel.
“Er zijn mensen die respect tonen aan iedereen — rijk of arm. Dat heet karakter.”
De woorden sneden dieper dan geschreeuw.
Een zakenpartner kwam naar Sarah toe.
“Mevrouw Villeroy, de raad wacht op u voor de presentatie.”
Ze knikte.
Voordat ze zich omdraaide, keek ze nog één keer naar Mark en Linda………….