De stem van Nikolai klonk alsof hij zijn woorden zorgvuldig moest uitgraven, één voor één, alsof ze bedolven lagen onder schuld.
„Ik heb de hele nacht niet geslapen,” zei hij. „Wat Kirill zei… Yulia, dat was niet oké. Helemaal niet.”
Ik klemde mijn hand om de mok, alsof ik daarmee mijn ademhaling stabiel kon houden. „Waarom bel je?” vroeg ik. „Om zijn woorden goed te praten? Om me te vertellen dat hij ‘gewoon dronken’ was?”
„Nee.” Een korte pauze. „Ik bel… omdat er meer is. En omdat jij het recht hebt om het te weten.”
Een koude rilling kroop in mijn nek. „Wat bedoel je?”
„Kirill heeft gelogen… maar niet zoals jij denkt.”
Ik zweeg. Mijn gedachten waren als een kamer waarin het licht telkens aan en uit knipperde — donkere vermoedens, felle emoties, weer donkerte. Niets bleef lang genoeg staan om te begrijpen.
„Hij heeft wél iets laten doen,” vervolgde Nikolai uiteindelijk. „Maar niet wat hij zei. Geen vasectomie.”
Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. „Wat dan?”
„Hij… hij heeft een afspraak gemaakt om er een te laten doen. Hij heeft er eindeloos over gepraat, maar hij heeft het nooit doorgezet. En… hij heeft dat nooit aan iemand toegegeven. Gisteren… ik denk dat hij indruk wilde maken. Of stoer wilde doen. Het was dom. Heel dom.”
Ik liet me langzaam achterover zakken in de bank. De kamer leek te draaien. „Dus… wat hij zei was een leugen?”
„Een pijnlijke, nutteloze leugen, ja.” Nog een stilte. „Maar niet de waarheid.”
Mijn emoties botsten tegen elkaar als golven in een storm. Opluchting — maar alleen een fractie. Boosheid. Verwarring. En iets anders dat nog geen naam had.
„Waarom zou hij zoiets zeggen?” vroeg ik. Mijn stem klonk nauwelijks als de mijne.
„Omdat… hij bang is,” zei Nikolai zacht. „Niet voor kinderen. Voor falen. Voor teleurstellen. Hij denkt dat hij geen goede vader zou zijn. Hij praat daar nooit over, omdat hij niet wil dat iemand dat ziet.”
Ik sloot mijn ogen. De woorden echoden. Hij is bang…
„Maar waarom liet hij mij dan jarenlang denken dat ik—”
Mijn stem brak………….