Twee uur later draaide ze de sleutel weer in het slot.
Het appartement was… stil.
Te stil.
—
“Hallo?” riep ze terwijl ze haar jas uittrok.
Geen antwoord.
—
Ze zette haar tas neer.
Luisterde.
Geen geluid uit de badkamer.
Geen gemopper.
Geen drama.
—
Fronsend liep ze verder naar binnen.
“Serieus?” mompelde ze. “Is hij gevlucht?”
—
Maar toen zag ze het.
Op de tafel.
—
Een envelop.
Netjes geplaatst.
Alsof iemand wilde dat ze hem meteen zou zien.
—
Haar naam stond erop.
Met zijn handschrift.
—
Langzaam liep ze ernaartoe.
Haar hart begon iets sneller te kloppen.
Niet van angst.
Maar van nieuwsgierigheid.
—
Ze opende de envelop.
Binnenin zat… geen brief.
Maar documenten.
—
Officiële papieren.
—
Ze bladerde erdoor.
Eén keer.
Nog een keer.
Langzamer.
—
Haar wenkbrauwen gingen omhoog.
—
“Serieus…?” fluisterde ze.
—
Het waren bankafschriften.
Contracten.
En een huurcontract… op een ander adres.
—
Met twee namen.
—
Zijn naam.
En…
Camille.
—
Ze liet zich langzaam op de stoel zakken.
Dus hij loog niet alleen…
Hij leefde al een tweede leven.
—
Op dat moment ging de deur van de badkamer open………………