Histoire 12 02 88

De man bleef op zijn knieën zitten, nog steeds hijgend, zijn handen voorzichtig rond het kleine, trillende lichaam van het hondje.

Maar wat er daarna gebeurde…

daar was niemand op voorbereid.

Het hondje liet een zwak piepend geluid horen en draaide plots zijn kopje — niet naar de menigte… niet naar het strand…

maar naar de zee.

Alsof er iets… of iemand… nog daarbuiten was.

De man fronste.

“Wat is er, kleintje…?” fluisterde hij.

Het hondje begon opnieuw te piepen. Dringender. Onrustiger.

En toen… probeerde het zich los te maken.

De menigte werd weer stil.

“Waarom wil hij terug?” vroeg iemand.

De man keek op, zijn blik nu scherp, alert.

Hij draaide zich langzaam om… en keek opnieuw naar de golven.

Eerst zag hij niets.

Alleen water.

Beweging.

Schuim.

Maar toen—

een kleine beweging.

Heel ver… bijna onzichtbaar.

Nog iets… dat worstelde.

“Er is er nog één!” riep iemand plots.

Paniek verspreidde zich opnieuw.

“Daar! Zie je dat?!”

“Het is nog een hondje!”

“Of… iets anders?!”

De man aarzelde geen seconde.

Hij gaf het geredde hondje voorzichtig aan een vrouw naast hem.

“Hou hem warm,” zei hij kort.

En zonder zelfs maar zijn adem terug te vinden…

rende hij opnieuw naar het water.

“Niet nog een keer!” schreeuwde iemand.

“De stroming is te sterk!”

Maar hij luisterde niet……………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire