— Nu één stap.
Sofía zette voorzichtig haar rechtervoet naar voren.
Haar lichaam wiebelde.
Mateo hield haar stevig vast.
— Goed zo.
Nog een stap.
Toen nog een.
En plotseling…
liep Sofía.
De fysiotherapeut begon te huilen.
Een verpleegster die net binnenkwam, bleef verstijfd bij de deur staan.
Eduardo zakte bijna door zijn knieën.
— Ze loopt… ze loopt echt…
Sofía begon te lachen.
Een heldere, kinderlijke lach die de hele kamer vulde.
— Papa! Kijk! Ik kan lopen!
Eduardo rende naar haar toe en omhelsde haar stevig.
Hij kon niet stoppen met huilen.
Twee jaar wanhoop.
Twee jaar dokters.
Twee jaar vragen zonder antwoord.
En een jongen van negen had in vijf minuten gedaan wat niemand anders had gekund.
Na een tijdje keek Eduardo rond.
Mateo stond bij de deur.
Alsof hij onzichtbaar wilde zijn.
Alsof hij al klaar was om te vertrekken.
Eduardo herinnerde zich plots zijn woorden in de gang.
“Laat mijn dochter weer lopen en ik adopteer je.”
Hij liep naar Mateo.
— Wacht.
De jongen stopte.
— Ja, meneer?
Eduardo knielde zodat ze op dezelfde hoogte waren.
— Weet je nog wat ik je beloofd heb?
Mateo keek naar de vloer.
— Mensen zeggen vaak dingen die ze niet menen.
Eduardo schudde zijn hoofd.
— Ik meen het.
Mateo keek op.
Zijn ogen waren groot…………….