Maar mijn stem…
was vast.
“Hallo… ik denk dat mijn man iets verstopt…”
Ik keek naar de open matras.
Naar de zak.
Naar de naam.
“…iets dat te maken heeft met een vermissing.”
Een stilte aan de andere kant.
Serieus.
Alert.
“Mevrouw, blijf waar u bent. We sturen iemand.”
Ik liet de telefoon langzaam zakken.
De kamer voelde anders.
Niet meer mijn slaapkamer.
Maar een plaats
vol leugens.
Vol geheimen.
En plots…
hoorde ik iets.
Heel zacht.
Een geluid.
Van buiten.
Een auto.
Die stopte.
Mijn hart stopte bijna.
Nee…
Dat kon niet.
Hij was pas weg.
Voor drie dagen.
Toch?
Voetstappen.
Dichterbij.
Langzaam.
Mijn adem bleef steken.
En toen…
klonk het geluid van een sleutel
in het slot.
Hij was terug.
Veel te vroeg.
En deze keer…
wist ik de waarheid.