Dezelfde mensen die vijf minuten eerder nog lachten om haar grap, verlieten nu één voor één de zaal.
Évelyne bleef alleen achter aan de grote tafel.
Haar gezicht was rood van schaamte.
Ze keek naar mij.
— Je hebt mijn reputatie vernietigd.
Ik keek haar rustig aan.
— Nee, zei ik zacht. Dat heb je zelf gedaan.
Ze keek opnieuw naar de rekening.
— Dit is wraak, fluisterde ze.
— Nee, antwoordde ik. Dit heet verantwoordelijkheid.
Na een lange stilte pakte ze haar telefoon.
Haar vingers trilden terwijl ze een bankapp opende.
— Hoeveel was het ook alweer…? vroeg ze met een gebroken stem.
— Vierenveertigduizend euro.
Twee minuten later piepte de kaartlezer.
Betaling geslaagd.
De spanning in mijn borst verdween eindelijk.
Évelyne stond langzaam op.
Ze zag er kleiner uit dan ooit.
— Dit is nog niet voorbij, zei ze.
Ik glimlachte rustig.
— Voor mij wel.
Ze liep zonder nog iets te zeggen naar de uitgang.
Toen de deur achter haar dichtviel, barstte mijn personeel eindelijk in opgeluchte ademhaling uit.
Maya keek me aan en glimlachte.
— Dat was… ongelooflijk.
Ik haalde diep adem en keek rond in mijn restaurant.
De kaarsen brandden nog steeds zacht. De zee buiten het raam glinsterde in het maanlicht.
En voor het eerst die avond voelde Le Port & Flamme weer echt van mij.
Niet van iemand die opschept.
Niet van iemand die liegt.
Maar van iemand die eindelijk besloot niet meer stil te blijven.