Histoire 11 2051 66

Sergei Petrovich liet zich een lichte, nauwelijks verholen glimlach ontlokken. Niet triomfantelijk, eerder… bedachtzaam. Alsof hij dit moment al vaak had meegemaakt en wist dat de volgende woorden een leven zouden herschikken.

“Dat dacht iedereen,” zei hij rustig. “Inclusief u.”

Hij opende zijn aktetas en haalde er een map uit, dikker dan ik had verwacht. Hij legde hem zorgvuldig op tafel, alsof het iets breekbaars was.

“Uw schoonvader was een zeer discrete man,” vervolgde hij. “Maar hij was allesbehalve onvermogend.”

Anna kwam naast me zitten. Ik voelde hoe haar hand mijn arm zocht. Haar gezicht was bleek, haar ogen groot.

“Mijn vader…?” fluisterde ze. “Hij had niets. Hij zei altijd dat hij ons tot last was.”

Sergei knikte langzaam. “Dat zei hij tegen iedereen.”

Hij begon met de feiten, droog en precies, zoals alleen juristen dat kunnen. Ivan Grigoryevich had vóór zijn pensioen jarenlang gewerkt als technisch adviseur bij een staatsbedrijf dat na de val van de Sovjet-Unie werd geprivatiseerd. In plaats van zijn aandelen te verkopen, zoals de meesten deden voor een schijntje, had hij ze gehouden. Jarenlang. Stilzwijgend.

Die aandelen waren, door fusies en overnames, inmiddels ondergebracht bij een groot energieconcern.

“De huidige waarde,” zei Sergei terwijl hij een document omdraaide, “bedraagt iets meer dan drie miljoen euro.”

Ik dacht eerst dat ik hem verkeerd had verstaan.

“Drie…?” begon ik.

“Miljoen,” herhaalde hij, zonder stemverheffing.

De kamer leek kleiner te worden. Mijn oren suisden. Anna sloeg haar hand voor haar mond. Ze schudde haar hoofd, alsof ze hoopte dat dit alles zou verdwijnen als ze maar hard genoeg ontkende.

“Dat is onmogelijk,” zei ze. “We hebben soms niet eens geld gehad voor nieuwe schoenen voor de kinderen.”

Sergei sloeg een bladzijde om. “Daarnaast bezit hij twee appartementen. Eén in Kazan, één net buiten Sint-Petersburg. Beide verhuurd. De huurinkomsten werden jarenlang automatisch overgemaakt naar een aparte rekening.”

“Welke rekening?” vroeg ik schor.

“Een rekening op zijn naam. Nooit aangeraakt.”

Er viel een stilte die bijna pijnlijk was. Ik keek om me heen: onze eenvoudige woonkamer, de versleten bank, het tapijt dat we al tien jaar wilden vervangen. En ik dacht aan hem. Aan die stille man in zijn fauteuil. Aan zijn thee. Aan zijn zwijgen……………

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire