Toen keek ik naar Jessica. Ze had tranen in haar ogen. Geen blije tranen. Geen boze. Alleen verwarring.
“Het spijt me,” zei ik zacht. “Niet omdat ik nee zei. Maar omdat dit zo moest eindigen.”
Ze knikte langzaam. Ze zei niets.
Ik verliet de zaal opnieuw. Deze keer zonder om te kijken.
Die nacht sliep ik voor het eerst in jaren diep.
Niet omdat alles opgelost was.
Maar omdat ik eindelijk had gekozen voor mezelf.
Het penthouse voelde anders toen ik thuiskwam. Stillere muren. Vrijere lucht. Geen verwachtingen meer die op me drukten.
De volgende ochtend zette ik koffie, ging op het balkon zitten en keek uit over de stad.
Ik had niets verloren.
Ik had mezelf teruggewonnen.
En dat — dat was het echte begin.