Histoire 11 2030 1

“Mijn telefoon viel toen ik naar huis rende. Hij ging niet meer aan.”

Laura keek tussen ons heen en weer.

“Dit klinkt nog steeds als een slecht verzonnen verhaal.”

Ray keek haar strak aan.

“Dat dacht ik ook.”

Hij haalde iets uit zijn jaszak.

Een klein stuk papier.

“Tot ik dit vond.”

Hij gaf het aan mij.

Mijn handen trilden toen ik het openvouwde.

Er stond slechts één zin op.

“Gefeliciteerd met je dochter. We zien elkaar snel.”

Mijn hart stopte bijna.

“Waar heb je dit gevonden?”

Ray slikte.

“In de brievenbus.”

Laura’s gezicht werd plotseling serieus.

“Wanneer?”

“Gisteravond.”

Ik keek weer naar de baby in mijn armen.

Ze sliep rustig.

Onwetend.

“Waarom zeg je nu dat het leven of dood is?” vroeg ik zacht.

Ray keek naar de voordeur.

Zijn gezicht werd bleek.

“Omdat… toen ik hier aankwam…”

Hij wees naar buiten.

“…stond er een auto aan de overkant van de straat.”

Laura liep meteen naar het raam.

Ze keek voorzichtig tussen de gordijnen door.

Een paar seconden later draaide ze zich langzaam om.

Haar gezicht was lijkbleek.

“Er staat nog steeds iemand in die auto,” fluisterde ze.

Mijn hart begon zo hard te kloppen dat ik het in mijn oren hoorde.

Ray liep langzaam naar het raam en keek ook.

Zijn stem was nauwelijks hoorbaar toen hij sprak.

“En hij kijkt… recht naar dit huis.

Laisser un commentaire